In het kort
In 2023 gunden Belgische aanbestedende overheden 3.415 overheidsopdrachten Europees, verdeeld over 6.257 percelen, blijkt uit een analyse van TenderRender op TED-gegevens. Over 2019–2023 werd 32% van de gegunde percelen toegekend op laagste prijs, tegenover 20% in Nederland. Een Belgisch perceel kreeg in de helft van de gevallen hooguit 3 offertes, en een kwart (24%) kreeg er maar één. De Europese instellingen in Brussel zijn in deze cijfers niet meegeteld; zij zouden er nog 2.301 gunningen en € 39,9 miljard aan toevoegen.
Wat laten deze cijfers zien?
Dit artikel beschrijft de Belgische markt voor overheidsopdrachten boven de Europese drempels over vijf jaar: hoeveel er gegund wordt, wat het waard is, hoeveel concurrentie er is en hoe aanbestedende overheden gunnen. De cijfers komen uit onze eigen bewerking van TED, de Europese databank waarin elke Europese gunning gepubliceerd wordt. Onderaan staat wat we precies tellen.
Een gunning is één aankondiging van gegunde opdracht op TED. Een perceel is één gegund deel daarvan, met één winnaar. Aantallen geven we in gunningen; aandelen zoals "laagste prijs" of "één offerte" berekenen we op percelen. Belgische aanbestedende overheden verdelen opdrachten vaker in percelen dan Nederlandse: gemiddeld 1,9 perceel per gunning, tegen 1,1 in Nederland. Daarom tonen we beide tellingen.
Hoeveel overheidsopdrachten worden er Europees gegund?
| Jaar | Gunningen | Percelen | Totale waarde (mld €) | Mediane waarde per perceel |
|---|---|---|---|---|
| 2019 | 3.240 | 6.353 | 8,2 | € 193.000 |
| 2020 | 3.280 | 6.295 | 8,5 | € 207.000 |
| 2021 | 3.168 | 5.859 | 11,9 | € 218.000 |
| 2022 | 3.207 | 5.786 | 8,9 | € 242.000 |
| 2023 | 3.415 | 6.257 | 14,7 | € 272.000 |
| 2019–2023 | 16.245 | 30.550 | 52,1 | € 225.000 |
Het totaal telt elke gunning één keer. Een aankondiging waarvan de percelen in verschillende jaren zijn gegund, staat in meer dan één jaarrij; daardoor is de som van de jaren iets hoger dan het totaal.
Het aantal gunningen bleef vier jaar rond de 3.200 en steeg in 2023 naar 3.415. De mediane waarde per perceel klom van € 193.000 naar € 272.000, een stijging van 41%. De Belgische mediaan over vijf jaar (€ 225.000) is minder dan de helft van de Nederlandse (€ 500.000), wat past bij het grotere aantal kleinere percelen.
De totale waarde springt in 2021 en 2023 omhoog door enkele grote raamovereenkomsten. Zonder percelen van € 1 miljard of meer groeit de waarde van € 8,2 miljard in 2019 naar € 12,8 miljard in 2023.
De Europese instellingen: apart gehouden
Een eigenheid van België: de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Raad en tientallen EU-agentschappen hebben hun adres in Brussel en staan in TED als Belgische koper. Omdat ze een eigen markt met eigen regels vormen, laten we ze in dit artikel weg. Ter informatie, over 2019–2023:
| Belgische aanbestedende overheden | EU-instellingen | Inclusief EU-instellingen | |
|---|---|---|---|
| Gunningen | 16.245 | 2.301 | 18.546 |
| Percelen | 30.550 | 2.742 | 33.292 |
| Totale waarde | € 52,1 mld | € 39,9 mld | € 92,0 mld |
| Mediane waarde per perceel | € 225.000 | € 971.000 | € 251.000 |
| % op laagste prijs | 32% | 21% | 31% |
| % percelen met 1 offerte | 24% | 31% | 25% |
Inclusief de EU-instellingen zou de Belgische markt dus 12% meer gunningen tellen en bijna dubbel zo veel waarde. Wie op Belgische overheden mikt, heeft aan de cijfers zonder EU-instellingen het meest.
In welke sectoren wordt het meest gegund?
| CPV-hoofdgroep | Gunningen 2019–2023 | Percelen | Totale waarde (mld €) | Mediaan offertes | % op laagste prijs |
|---|---|---|---|---|---|
| 45 Bouwwerkzaamheden | 1.508 | 1.985 | 12,6 | 3 | 70% |
| 71 Architectuur, ingenieurs en inspectie | 1.447 | 1.887 | 2,0 | 3 | 25% |
| 33 Medische uitrusting en geneesmiddelen | 1.398 | 4.138 | 2,7 | 2 | 14% |
| 79 Zakelijke dienstverlening | 1.317 | 1.824 | 2,4 | 3 | 16% |
| 90 Afval, riolering, schoonmaak en milieu | 1.314 | 3.385 | 4,0 | 3 | 52% |
| 72 IT-diensten | 853 | 1.194 | 6,8 | 3 | 18% |
| 34 Vervoermaterieel | 820 | 1.384 | 2,5 | 2 | 32% |
| 66 Financiële diensten en verzekeringen | 771 | 1.700 | 2,1 | 2 | 17% |
| 50 Reparatie en onderhoud | 654 | 1.164 | 1,0 | 2 | 51% |
| 38 Laboratorium- en precisie-uitrusting | 488 | 713 | 1,6 | 2 | 20% |
Drie dingen vallen op. Ten eerste staan studie- en ingenieursdiensten (CPV 71) in België op de tweede plaats; in Nederland op de vijfde. Ten tweede is medische uitrusting en geneesmiddelen, geteld in percelen, de grootste markt: 4.138 percelen, 14% van alle Belgische percelen, omdat die opdrachten vaak in veel kleine percelen worden verdeeld. Ten derde verschilt het gunningscriterium sterk per sector: de bouw (70%), afval en schoonmaak (52%) en onderhoud (51%) worden vaak op prijs gegund, zakelijke dienstverlening (16%) en medische uitrusting (14%) zelden.
De bouw en de ICT behandelen we apart in overheidsopdrachten in de bouw in België in cijfers en ICT-overheidsopdrachten in België in cijfers.
Hoeveel concurrentie is er per opdracht?
| Jaar | Gemiddeld aantal offertes | Mediaan | % percelen met 1 offerte |
|---|---|---|---|
| 2019 | 3,2 | 3 | 24% |
| 2020 | 3,6 | 3 | 20% |
| 2021 | 3,3 | 3 | 23% |
| 2022 | 2,9 | 2 | 28% |
| 2023 | 3,2 | 2 | 27% |
Een Belgisch perceel trekt gemiddeld 3,2 offertes, met een mediaan die van 3 naar 2 zakte. Ruim een kwart van de percelen kreeg in 2022 en 2023 maar één offerte. Drukke procedures zijn zeldzamer dan in Nederland: 20% van de Belgische percelen kreeg vijf of meer offertes, tegen 29% in Nederland. In laboratoriumuitrusting (41%), verzekeringen (37%) en vervoermaterieel (33%) is één offerte nog vaker de regel.
Ook per gewest verschilt het. Op basis van de NUTS-code van de opdracht:
| Gewest (NUTS) | Gunningen 2019–2023 | % laagste prijs | Gem. offertes | % 1 offerte | % raamovereenkomst |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlaanderen | 7.227 | 27% | 3,3 | 21% | 49% |
| Brussel | 4.872 | 36% | 3,5 | 26% | 39% |
| Wallonië | 4.005 | 35% | 2,9 | 28% | 35% |
Vlaamse opdrachten worden het minst op prijs gegund, hebben de minste percelen met één offerte en de meeste raamovereenkomsten. In Wallonië is de concurrentie het kleinst.
Wordt er gegund op prijs of op kwaliteit?
Over 2019–2023 werd 68% van de Belgische Europees gegunde percelen toegekend aan de economisch meest voordelige offerte op basis van meerdere gunningscriteria, meestal prijs en kwaliteit, en 32% op laagste prijs alleen. Dat aandeel schommelde tussen 27% en 36% en lag in 2023 het laagst. In Nederland ligt het op 20%.
Het verschil zit vooral in de werken: 70% van de Belgische bouwpercelen ging op laagste prijs, tegen 35% bij diensten en 23% bij leveringen. Inclusief de EU-instellingen zou het totaal op 31% liggen.
Raamovereenkomsten, procedures en looptijd
42% van de Belgische percelen is een raamovereenkomst, oplopend van 40% in 2019 naar 43% in 2023. Dat is meer dan in Nederland (33%). Bij leveringen is zelfs de helft (52%) een raamovereenkomst.
De procedure meten we op gunningen uit 2024 en 2025, omdat dat veld pas met eForms goed gevuld is:
| Procedure (percelen 2024–2025) | België | Nederland |
|---|---|---|
| Openbare procedure | 67% | 67% |
| Mededingingsprocedure met onderhandeling | 25% | 1% |
| Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking | 3% | 11% |
| Niet-openbare procedure | 1% | 19% |
| Overig | 4% | 2% |
Het grote verschil met Nederland: waar een Nederlandse dienst kiest voor een niet-openbare procedure met selectie vooraf, kiest een Belgische aanbestedende overheid vaak de mededingingsprocedure met onderhandeling. Een kwart van de Belgische opdrachten laat dus ruimte om na de eerste offerte nog te onderhandelen. Je eerste offerte is dan niet altijd je laatste.
De looptijd heeft in de gunningen van 2024–2025 een mediaan van 48 maanden (gemiddeld 42, gemeten op 4.664 percelen), net als in Nederland.
Kopers en winnaars
3.463 verschillende Belgische kopers gunden in vijf jaar Europese opdrachten aan 14.396 verschillende winnaars. De tien winnaars met de meeste percelen haalden samen 3,3%, en 67% van de winnaars won precies één perceel.
De kopers met de meeste gunningen waren Infrabel (546, alle diensten samen), De Vlaamse Waterweg (235), de Technische Diensten van de KU Leuven (208), de Universiteit Gent (169), het Agentschap Facilitair Bedrijf (151), Leefmilieu Brussel (126) en de stad Antwerpen (121).
Wat betekenen deze cijfers voor een inschrijver?
De prijs weegt zwaarder dan in Nederland. Bij 32% van de percelen beslist alleen de prijs, bij werken zelfs bij 70%. Lees het bestek dus eerst op de gunningscriteria: bij laagste prijs telt je calculatie, bij meerdere criteria je technische offerte.
Kwaliteit telt nog steeds in de meeste gevallen. Bij 68% van de percelen scoort de aanbestedende overheid ook op kwaliteit. Een concrete aanpak met bewijs maakt dan het verschil tussen offertes met een vergelijkbare prijs. Zie winnen op kwaliteit in plaats van op prijs.
Weinig concurrentie is normaal. Bij een mediaan van 2 tot 3 offertes is je kans voor een opdracht die bij je past ruwweg één op drie of beter. Een kwart van de percelen krijgt maar één offerte.
Reken op onderhandeling. Met 25% mededingingsprocedures met onderhandeling is het slim om in je eerste offerte ruimte te laten voor verbetering, zonder je kwaliteit te verwateren.
Zoek gericht. Belgische opdrachten staan op e-Procurement (BOSA). Lees zoeken op BOSA e-Procurement voor een praktische aanpak.
Hoe helpt TenderRender hierbij?
TenderRender doorzoekt de Belgische opdrachten van BOSA, samen met TenderNed en het Duitse öffentlicheVergabe, en geeft elke opdracht een matchscore met uitleg op basis van je bedrijfsbeschrijving. Na upload van het bestek zet de AI alle eisen letterlijk op een rij, met bron en knock-outmarkering, en stelt vragen voor de vragenronde voor. Je offertetekst krijgt per subcriterium een score, zwaktes op volgorde van ernst en een concrete suggestie.
Over deze cijfers
Bron: TED (Tenders Electronic Daily, ted.europa.eu), bewerkt door TenderRender. Alleen Europees bekendgemaakte gunningen, dus vooral opdrachten boven de Europese drempels. Opdrachten die alleen in het Bulletin der Aanbestedingen of op e-Procurement staan, tellen niet mee. De koper is Belgisch volgens het land van de aanbestedende overheid in TED. EU-instellingen en -agentschappen met een Brussels adres zijn uitgesloten, tenzij anders vermeld; die indeling gebeurt op basis van de kopernaam. Het jaar is het gunningsjaar. Onze extractie loopt tot maart 2026 en is na 2023 onvolledig; 2023 is het laatste volledige jaar. Peildatum: 15 oktober 2026.
Aantallen tellen we als gunningen (unieke publicatienummers) en percelen (gegunde delen); aandelen en medianen berekenen we op percelen. Waarden onder € 1.000 en boven € 10 miljard zijn als foutief uitgesloten. Offertes alleen waar een aantal boven nul is ingevuld. De gewesten volgen de NUTS-code van de opdracht; ongeveer 140 gunningen hebben alleen de code "BE" en vallen buiten die tabel. Procedure en looptijd komen uit gunningen van 2024 en 2025. Het aandeel kmo-offertes ontbreekt: dat veld is in deze gegevens voor 2019–2023 niet ingevuld.
Veelgestelde vragen
Hoeveel overheidsopdrachten worden er in België Europees gegund?
In 2023 gunden Belgische aanbestedende overheden 3.415 opdrachten Europees, met samen 6.257 percelen. Tussen 2019 en 2022 lag het aantal rond 3.200 per jaar. Inclusief de EU-instellingen in Brussel zou het om ongeveer 12% meer gunningen gaan.
Hoeveel offertes krijgt een overheidsopdracht in België?
Gemiddeld 3,2 per perceel in 2019–2023, met een mediaan van 3 (2 in 2022 en 2023). In 2023 kreeg 27% van de percelen maar één offerte.
Wordt in België vaker op prijs gegund dan in Nederland?
Ja. In België ging 32% van de Europees gegunde percelen op laagste prijs, in Nederland 20%. Bij werken is het verschil het grootst: 70% in België tegen 25% in Nederland.
Welke procedure gebruiken Belgische aanbestedende overheden het meest?
De openbare procedure (67% in de gunningen van 2024–2025), gevolgd door de mededingingsprocedure met onderhandeling (25%). De niet-openbare procedure komt in België nauwelijks voor (1%).
Tellen opdrachten van de Europese Commissie mee als Belgisch?
In TED wel, omdat de instellingen een Brussels adres hebben. Wij laten ze in de hoofdcijfers weg. Inclusief de EU-instellingen zou het om 2.301 extra gunningen en € 39,9 miljard extra waarde gaan.